


|
De techniek van het fusen Fusing is in feite het aan elkaar smelten van meerdere stukken glas. In feite kan hiervoor ieder soort glas gebruikt worden, maar er zitten wat dat betreft behoorlijk wat 'regeltjes' achter. Glas heeft namelijk, net zoals alle andere materialen 'last' van uitzetten als het warmer wordt en krimpen als het kouder wordt. De mate van uitzetting wordt uitzettingscoëfficient genoemd. In het engels wordt dit afgekort tot COE (Coefficient Of Expansion). Als de stukken glas niet hetzelfde uitzettingscoëfficient hebben, dan zal er tijdens het verwarmen of afkoelen dusdanig veel spanning tussen de glasplaten ontstaan dat deze zullen barsten. Zodra er stukken glas aan elkaar worden gesmolten die uit een en dezelfde plaat worden gehaald, dan zal het wel goed zitten met deze uitzetting. Zodra er echter stukken glas uit meerdere platen worden gebruikt, dan dienen deze platen dezelfde uitzettingscoëfficient te hebben anders zal het werkstuk gegarandeerd barsten. Om er zeker van te zijn dat het glas dezelfde uitzettingscoëfficient heeft (compatibel is) wordt er door een aantal fabrikanten zogenaamd 'Tested Compatible' glas gemaakt. De grotere fabrikanten van 'Tested Compatible' glas zijn in feite in drie stromingen (COE waarden) onder te verdelen. De eerste die Compatible glas maakte was Bullseye. Deze maakt glas met een COE van 90. Spectrum heeft met System-96 een type glas op de markt gezet met een COE van 96. Uroboros maakt glas in beide COE factoren. Los daarvan is er nog Artista met een glaslijn in COE 94. Buiten platen glas, wordt er ook glas geleverd in kleine stukjes (frits). Deze stukjes kunnen in grootte uiteenlopen van 8 mm tot poeder. Ook zijn er zogenaamde rods (staven van ongeveer 6 mm doorsnede) en stringers (staven van 2-3 mm doorsnede) beschikbaar om speciale effecten te kunnen bereiken. Moretti maakt ook glasstaven. Deze worden over het algemeen gebruikt bij beadmaking (het maken van kralen). Moretti heeft een COE van 104 (en soms zelfs hoger) waardoor het niet gebruikt kan worden in combinatie met een van de hierboven genoemde glassoorten. Over het algemeen is het zo dat, hoe hoger de COE waarde, hoe lager het smeltpunt van glas zal zijn. Om glas aan elkaar te kunnen smelten zal het eerst min of meer vloeibaar moeten worden. Een van de eigenschappen van vloeibaar glas is dat het een hoge cohesie (interne aantrekkingskracht) heeft. Daardoor wil het glas altijd naar elkaar toetrekken. Dit gaat echter niet oneindig door. Het glas heeft het liefste een dikte van ongeveer 6 mm. Dit is de dikte van ongeveer twee platen glas op elkaar. Als er een enkele plaat wordt gefused, dan zal het totale werkstuk een beetje 'krimpen' en dat zal in het eindresultaat zichtbaar zijn. Als er drie platen op elkaar worden gefused krijg je juist het omgekeerde effect. Doordat het glas naar 6 mm dikte toe wilt gaan, zal het uiteindelijke werkstuk iets groter worden. Deze eigenschappen zijn er de oorzaak van dat er over het algemeen wordt gefused met twee platen glas op elkaar. Wel worden hier soms stinger of frit aan toegevoegd om een bepaald effect te bereiken. |