


|
Geschiedenis |
Glas in de oudheid Samenstelling van het glas Glas bestaat uit een aantal verschillende onderdelen. Het grootste gedeelte is zand. Daaraan wordt soda toegevoegd (een soort zout) en een stof om het glas helder te houden. Over het algemeen is dit lime (een soort kalk), waardoor dit glas ook wel soda-lime glas wordt genoemd. Het grootste gedeelte van het glas heeft deze samenstelling. Om vuurvast glas te krijgen (pyrex) voegt men in plaats van lime de stof borax toe. Heirdoor wordt de smelt temperatuur sterk verhoogd. Het mengsel van grondstoffen wordt in een speciale oven sterk verhit (tot wel 1400 graden toe) waardoor het vloeibaar wordt en een oranje kleur krijgt. De dikke brei wordt vervolgens uit de oven geschept en op speciale tafels van grafiet verder verwerkt. De 'ontdekking' van glas Zoals met heel veel 'uitvindingen' is ook glas per ongeluk ontdekt. Of het verhaal waar is of niet is natuurlijk niet meer met zekerheid vast te stellen, maar het volgende verhaal ligt over het algemeen aan de ontdekking van glas ten grondslag. Rond 2500 voor Christus besloten soda handelaren uit Fenicië om te overnachten op de kust aan de monding van de rivier Belus in het huidige Libanon. Zoiets deden ze wel meer en ze stookten dan een vuurtje tussen een aantal stenen die ze op het strand vonden om zo hun eten klaar te maken. Op dat strand vonden ze echter totaal geen stenen dus besloten ze om een aantal soda blokken van het schip te halen om die te gebruiken om hun pannen op te zetten. Door de hitte van de vlammen mengde de soda zich met het zand en versmolt tot een oranje brei. Na afkoeling bleek het een harde enigzins doorzichtige massa geworden. Het geheim van het maken van glas was 'ontdekt'. Glas in de oudheid. In de oudheid werd glas in grove brokken verhandeld. Dit werd door glasblazers in een oven boven een vuur in kommetjes van aardewerk gesmolten. Het oostelijk gebied rond de Middellandse zee blijft gedurende de oudheid een belangrijk centrum voor glasproductie. Buiten zand en kalk wordt in eerste instantie nog potas of alkali (soorten soda) gebruikt. Pas in de 17e eeuw wordt lood toegevoegd (blei-kristall). Hiervan wordt onder andere het Boheemse glas gemaakt. Vroeg glas (1500 - 1000 voor Christus) Alhoewel vaatwerk van glas in eerste instantie uit Syrië en Mesopotamië afkomstig is, komen de eerste holle glazen voorwerpen uit Egypte. Dit waren de zogenaamde zandkernflesjes. Op een metalen stokje werd met behulp van een mengsel van stro, zand en water een 'lichaam' gevormd dat het model van de binnenkant van het glas had (de 'kern'). Het vloeibare glas werd in 'draden' getrokken en zo lang het nog vloeibaar was om de kern gerold. Daarna werd het op een metalen plaat glad gerold. Daarna werd het glas een aantal malen weer verhit en opnieuw glad gerold totdat het glas volledig was versmolten. Doordat er kleurstoffen aan het glas waren toegevoegd kon dit een bont geheel worden. Vaak werden de afzonderlijke kleuren met een staafje door elkaar gehaald om zo kunstzinnige effecten te verkrijgen of werden er nogmaals gekeurde draden als versiering op aangebracht. Soms werden er daarna nog losse stukjes glas als handvat tegenaan gezet. Nadat het glas volledig was afgekoeld werd het zandmengsel van de kern weggekrabt zodat een hol flesje overbleef. Vorm geperst glas Tussen 300 en 0 voor Christus wordt voor het maken van schalen gebruik gemaakt van een tweetal mallen waartussen glasgruis wordt geperst. Door deze mallen voldoende te verhitten gaat het glasgruis smelten en wordt op deze manier het gewenste model door de beide mallen samengeperst. Geblazen glas Rond 50 voor Christus wordt het blazen van glas ontdekt. Eerst werd een plaatje glas opgerold tot het een buisje vormt. Daarna wordt één zijde dichtgeknepen en wordt het open einde van het buisje gebruikt om het glas te blazen. Dit zal ongetwijfeld een listig en heet werkje zijn geweest. Naderhand worden er pijpen van klei gebruikt om de afstand tot het hete glas te vergroten en in een later stadium worden de thans bekende metalen pijpen gebruikt. Dit was het begin van het zogenaamde vrijgeblazen glas. Deze techniek verspreide zich snel in het gehele Romeinse Rijk. Vrij snel wordt een variant op het vrij geblazen glas ontdekt namelijk het vorm geblazen glas. Hierbij wordt het glas in een speciale vorm geblazen waardoor er details aan de buitenzijde van het glas konden worden aangebracht. Zo werden niet alleen drinkbekers en serviesgoed geblazen, maar bijvoorbeeld ook parfum flesjes. Vlak glas Via het Romeinse Rijk bereikt de techniek van de verwerking van glas ook de noordelijker gelegen gebieden. Doordat het daar vaak redelijk koud is, is er behoefte om de gaten in de muren dicht te maken. Hiervoor wordt ook geblazen glas gebruikt. In eerste instantie wordt er een redelijk grote cilinder geblazen waarvan de boven en onderkant na afkoeling wordt afgesneden. Daarna wordt de cilinder in de lengte nogmaals doorgesneden en wordt de cilinder, na verhitting, open gevouwen. De grootte van deze glasplaten si niet al te groot waardoor er meerdere kleine glasstukken in een raam worden samengevoegd om toch een groter lichtdoorlatend oppervlak te krijgen. In eerste instantie is dit een houten raamwerk, maar in latere tijden wordt hiervoor ook lood gebruikt. |